In gesprek met het Rijk over uitbreiding instrumentarium

Vertegenwoordigers van de MRA overleggen geregeld met het Rijk en brengen de problematiek van de betaalbaarheid onder de aandacht en reageren op voorgestelde maatregelen. De MRA-overheden hebben met de minister in het kader van de Woondeal in 2019 afspraken gemaakt over de betaalbaarheid van het wonen in de MRA waarvoor de medewerking van het Rijk nodig is.

Afspraken Woondeal m.b.t. betaalbaarheid

De volgende kernafspraken zijn hierover opgenomen in de Woondeal.

De MRA zet zich in voor:

  • Voldoende woningen in alle segmenten, met in het bijzonder voldoende betaalbare woningen voor lagere en middeninkomens, verspreid over de regio.

Om dit mogelijk te maken zet de minister van BZK zich in voor:

  • Instrumentarium waarmee gemeenten de betaalbaarheid van de bestaande voorraad kunnen borgen.
  • Voldoende investeringsruimte voor de corporaties in de MRA voor de opgaven in zowel de nieuwbouw als de bestaande voorraad.

Er wordt gewerkt aan deze afspraken, maar ze vergen nadere besluitvorming en wetgeving. De stand van zaken van deze Woondealafspraken is in december 2020 als volgt: 

> Investeringscapaciteit woningcorporaties stand van zaken: het landelijke onderzoek naar de opgaven en middelen van corporaties is uitgevoerd en door de minister vlak voor het zomerreces van 2020 naar de kamer gestuurd. Daaruit blijkt dat het tekort aan investeringscapaciteit van de corporaties een structureel probleem is. De MRA is expliciet genoemd als een van de regio’s waar de opgaven en het tekort groot zijn. Dat vraagt om een structurele oplossing, die zal worden bepaald door het volgende kabinet.

> Bijbouwen middeldure huurwoningen stand van zaken: het Rijk ondersteunt door middel van de Woningbouwimpuls in verschillende tranches woningprojecten in de regio met betaalbare woningbouw, zoals middeldure huur. Het Rijk heeft aangekondigd om per 1 januari 2021 de marktverkenning voor corporaties voor drie jaar buiten werking te stellen, om de bouw van middeldure huurwoningen en sociale koop door corporaties te stimuleren.

> Noodknop stand van zaken: in de Woondeal is door de minister toegezegd dat zij zou komen met een instrument waarmee gemeenten zouden kunnen voorkomen dat er excessief hoge huren gevraagd worden en zo huurmatiging kunnen bevorderen. Bij de uitwerking van het instrument is lokaal maatwerk van belang. Het Rijk heeft nu onder deze noemer het voornemen tijdelijk voor zittende huurders de jaarlijkse huurverhoging te beperken tot inflatie +1%. Dit heeft dus geen effect op de beginhuur waar juist de grote prijsstijgingen worden gerealiseerd en is niet een instrument waarmee gemeenten zelf kunnen sturen. Daarmee is het niet de invulling van de gemaakte afspraak.

> Wijziging WOZ-aandeel binnen het WWS stand van zaken: Deze in de Woondeal aangekondigde maatregel beperkt de mate waarin de WOZ-waarde meetelt in de puntentelling van het woningwaarderingsstelsel tot maximaal 33%. Hierdoor blijven er meer woningen onder de liberalisatiegrens vallen. Deze maatregel heeft effect daar waar woningen van zichzelf weinig kwaliteit hebben (weinig WWS-punten) maar wel een heel hoge WOZ-waarde, waardoor ze in de vrije sector terecht kwamen. Dit speelt voornamelijk in Amsterdam.

> Bijbouwen en behouden substantieel aanbod sociale huurwoningen stand van zaken: Het Rijk heeft de Rijksregeling Vermindering Verhuurdersheffing (RVV Nieuwbouw) ingevoerd. in de MRA zijn door de corporaties aanvragen gedaan voor ca. 22.000 woningen. Deze woningen moeten de komende vier jaar in aanbouw worden genomen.

> Tijdelijke zelfbewoningsplicht / opkoopbescherming stand van zaken: Het Rijk werkt er aan gemeenten de mogelijkheid te geven opkoopbescherming toe te passen, waardoor ze kunnen voorkomen dat woningen in gewilde gebieden worden opgekocht voor de verhuur. Waarschijnlijk krijgt dit vorm via een aanpassing van de Huisvestingswet.

 

Daarnaast heeft het Rijk recent nog enkele voornemens aangekondigd:

  • Differentiatie overdrachtsbelasting: starters worden vanaf 1 januari 2021 vrijgesteld van de overdrachtsbelasting voor woningen tot 400.000. Beleggers gaan juist 8% overdrachtsbelasting betalen.
  • Aanpassen inkomensgrenzen sociale huurwoningen van corporaties: voor meerpersoonshuishoudens wordt de inkomensgrens van 39.055 voor drie jaar verhoogd naar 43.126.

De wijzigingen en de nieuwe instrumenten worden waar relevant genoemd bij de instrumenten.