In gesprek met het Rijk over uitbreiding instrumentarium

De mogelijkheden om bij te sturen t.a.v. de betaalbare voorraad zijn beperkt. Daarom heeft de MRA ook het gesprek met het Rijk en de Tweede Kamer gezocht om de sturingsmogelijkheden te vergroten.

Ook de Rijksoverheid zoekt de samenwerking op om in het kader van de Woondeal de grote woonopgave in de MRA te stimuleren en te faciliteren.

Onderwerpen waarop de MRA de samenwerking met de Rijksoverheid zoekt of kan zoeken, zijn:

Verruimen van de investeringsruimte van de corporaties, zodat deze voldoende sociale huurwoningen kunnen realiseren. In het kader van de Woondeal wordt hierover gesproken met de minister van BZK. Ook zijn er brieven gestuurd naar de Kamer. In het kader van de Woondeal is onderzoek gedaan naar de investeringsruimte van de corporaties in de MRA in relatie tot de opgaven (betaalbaarheid, beschikbaarheid, duurzaamheid). De Minister doet ook landelijk onderzoek naar de investeringscapaciteit en verwacht de resultaten hiervan eind 2019.

Corporaties hebben geen winstdoelstelling en met hen kunnen afspraken worden gemaakt over o.a. het hanteren van huurprijzen in het lage en hoge middensegment.
De minister werkt inmiddels stapsgewijs aan het verruimen van de wettelijke mogelijkheden voor corporaties.

In het kader van de Woondeal en n.a.v. moties in de Tweede Kamer overweegt de minister momenteel twee (tijdelijke) maatregelen.
Enerzijds het beperken van het aandeel WOZ-waarde in het WWS, waardoor minder particuliere sociale huurwoningen bij mutatie in het dure segment terechtkomen. Anderzijds het maximeren van de huurprijs in de vrije sector door een maximaal percentage van de WOZ-waarde (“noodknop”).

Daarmee de prijsstijging van koopwoningen aan te jagen. Bijv. door een hogere overdrachtsbelasting of het kunnen invoeren van een generieke zelfbewoningsplicht.

Verlengen van de mogelijkheid dat corporaties maximaal 10% van hun woningen kunnen verhuren aan huishoudens met een laag middeninkomen. Dit is met name voor gezinnen vanuit betaalbaarheidsoogpunt van belang.

Een alternatief voor het verlengen van de mogelijkheid van de corporaties is de inkomensgrens van de corporatiedoelgroep (€37.000) te differentiëren naar huishoudentype: gezinnen kunnen immers bij een zelfde bruto inkomen minder aan woonlasten besteden dan kleine huishoudens. Hierover heeft de minister op 22 februari 2019 een brief gestuurd aan de Tweede Kamer. Omdat zij de inkomensgrens voor kleine huishoudens overweegt lager vast te stellen dan € 37.000, kan de keerzijde hiervan zijn dat de kansen voor kleine huishoudens op een sociale huurwoning kleiner worden.

Vooralsnog is de minister niet bereid om relevante grenzen in het woonbeleid (bijv. de liberaliseringsgrens, inkomensgrenzen) te differentiëren op basis van de druk op de woningmarkt. Wel doet zij in 2019 hier nader onderzoek naar.